De Vicky

fragment uit ‘DE PROLOOG’
van De Vicky (wax it – the pain – away)

“Ze haat, ze smacht, ze veracht. Ze (ver)stikt, ze bleit, ze lacht. Als sterren zijn haar tranen. Zo weent zij oceanen. In haar lijf huist passie, van vlam en vuur. Gedekt en verzegeld met zelfcensuur. Haar leven is bizar, dat wel. Getouwtrek in haar hart, jawel. En dromen doet ze van geluk. Al bijt ze op’t leven haar tanden stuk. Och ja! Och nee! Oei oei! O wee! Jammer, gejammer, ’t einde is zo jammer. Ze heft haar glas. Loopt in de pas. Ze drinkt van’t vat. En waxt haar gat. ‘Adieu’ zegt ze, ze buigt, gaat af. En ze graaft gestaag zichzelf in’t graf.”